home

Print
Tekst kleiner Tekst groter

Nieuws

Veelgestelde vragen kredietcrisis en TASK

De kredietcrisis roept bij veel mensen vragen op. De belangrijkste is wel of, en zo ja met welke financiële producten iemand misschien getroffen wordt door de kredietcrisis. Onderstaande lijst geeft antwoorden op veel voorkomende vragen die te maken hebben met verzekeringen. 

Voor antwoorden op vragen die te maken hebben met specifieke verzekeringsproducten, kunt u het beste informeren bij uw assurantietussenpersoon of bij uw verzekeraar. Elke verzekeraar heeft een eigen website, en velen hebben daarop ook een vraag- en antwoordlijst gepubliceerd.

Voor meer algemene informatie over maatregelen rondom en gevolgen van de kredietcrisis kunt u ook terecht bij de Nederlandsche Bank (www.dnb.nl) en bij het ministerie van Financiën (www.minfin.nl). Voor meer specifieke informatie over ING en Nationale-Nederlanden: www.nn.nl.

TASK
Vrijdag 26 juni 2009 heeft het kabinet ingestemd met een voorstel van minister Bos (Financiën) en minister Van der Hoeven (EZ) met betrekking tot een Tijdelijke Aanvullende Staatskredietverzekering (TASK). Naast deze verzekering hebben kredietverzekeraars en VNO-NCW/MKB Nederland een gemeenschappelijke verklaring opgesteld.

Vrijdag 2 oktober 2009 maakte Eurocommissaris Neelie Kroes bekend dat zij de Nederlandse regeling voor kredietverzekering aan exporterende ondernemingen goedkeurt. Deze goedkeuring was nodig om TASK te kunnen aanbieden met betrekking tot debiteuren in het buitenland. Nu goedkeuring verkregen is, kan TASK dus ook ingezet worden voor handel met buitenlandse debiteuren. Voor binnenlandse handel kon TASK al ingezet worden.


KREDIETCRISIS

 


 

Vragen en antwoorden over de Tijdelijke Aanvullende Staatskredietverzekering (TASK)

1. Wat is een kredietverzekering?
Een kredietverzekering dekt de financiële risico’s af die een onderneming loopt als gevolg van leveranties op krediet indien haar debiteuren (afnemers) de facturen van de onderneming niet kunnen betalen. De onderneming die een kredietverzekering heeft afgesloten, ontvangt in dat geval een uitkering van de kredietverzekeraar.

2. Welk risico dekt een kredietverzekering af?
Het risico van niet-nakoming van de betalingsverplichtingen door de debiteur als gevolg van insolventie (onder andere faillissement en surseance van betaling), vermoedelijke insolventie (de vordering op de debiteur staat x maanden na de vervaldatum nog steeds open) en/of politieke risico’s (bijvoorbeeld een moratorium van betaling, oorlog of natuurramp).

3. Wat is het verschil tussen een kredietverzekering en een exportkredietverzekering?
Beide termen worden door elkaar gebruikt. Een kredietverzekering kan zowel betalingsrisico’s van binnenlandse handel als export afdekken. Als een polis uitsluitend betrekking heeft op het afdekken van het betalingsrisico bij export gebruikt men soms de benaming ‘exportkredietverzekering’.

4. Wat kost een kredietverzekering?
De verzekerde betaalt in het algemeen premie over de verzekerbare omzet die aan de kredietverzekeraar wordt opgegeven. De premiepercentages worden in de polis genoemd. De hoogte van deze percentages is afhankelijk van diverse factoren, zoals de gehanteerde krediettermijn, de spreiding van het risico, het land van de debiteuren, het geleverde product, specifieke polisvoorwaarden, de branche van de verzekerde, enzovoorts.

5. Hoe groot is de markt voor kredietverzekeringen in Nederland?
Naar schatting heeft één op de tien ondernemingen in Nederland een kredietverzekering afgesloten. Ruwweg is ongeveer een kwart van de Nederlandse export middels een kredietverzekering gedekt.

6. Wat betekent het als een kredietverzekeraar zijn limiet verlaagt?
De kredietverzekeraar geeft bij het verlagen van een limiet aan nog steeds het betalingsrisico te willen verzekeren, maar het verzekerde bedrag wordt gereduceerd. Dit kan het gevolg zijn van bijvoorbeeld een verslechterde kapitaalpositie bij de afnemer of doordat de kredietverzekeraar niet beschikt over recente financiële gegevens van de afnemer. Door het afgeven van limieten helpt de kredietverzekeraar zijn verzekerden bij het beoordelen van verantwoorde betalingsrisico’s. Dit is ook van belang voor het eigen risico dat de klant draagt onder de kredietverzekeringspolis.

7. Waarop baseert een kredietverzekeraar zich bij het verlagen of intrekken van een limiet?
Het is de rol van een kredietverzekeraar om verzekerden te adviseren over betalingsrisico’s en hen hiertegen te beschermen. Om dit te kunnen doen heeft een kredietverzekeraar allereerst recente financiële gegevens nodig. Zonder recente gegevens kan een kredietlimiet doorgaans niet zonder meer in stand worden gehouden. Daarnaast kunnen signalen uit de markt een rol spelen. Relevante factoren kunnen bijvoorbeeld zijn: verslechterde liquiditeit, solvabiliteit en/of rentabiliteit, verslechtering in betalingsgedrag, verslechterde positie in de markt en negatieve marktontwikkelingen en -verwachtingen.

8. Bij de export naar sommige landen, zoals IJsland, geven kredietverzekeraars geen dekking. Waarom niet? Hoe komt een kredietverzekeraar tot dat oordeel? Hoe lang duurt het voordat handel met debiteuren in dat land weer kredietverzekerd kunnen worden?
Wanneer een gehele economie tot stilstand komt en een land technisch failliet is, kan er technisch geen krediet meer worden verzekerd. De kans dat de debiteur zijn betalingsverplichtingen niet zal nakomen is te groot geworden en het risico is daardoor in principe onverzekerbaar. Er moet immers sprake zijn van een verantwoord risico. Of er sprake is van een verantwoord risico, is ter beoordeling van de individuele verzekeraar. Zodra er weer voldoende waarborgen zijn en de economie zich weer positief ontwikkelt, al dan niet met ondersteuning van andere landen of het IMF, veranderen de mogelijkheden van kredietverzekering van de export naar het betreffende land weer.

9. Wat houdt de TASK in?
Als gevolg van de economische crisis zijn veel kredietlimieten verlaagd of ingetrokken. De Nederlandse Staat wil met de faciliteit voorkomen dat Nederlandse bedrijven die op zich gezond zijn daardoor (verder) in de problemen komen. De verwachting is dat deze faciliteit de handel zal stimuleren. Met de faciliteit kunnen verlaagde limieten onder bepaalde voorwaarden weer worden verhoogd tot het dubbele van de verlaagde limiet, met een maximum dat gelijk is aan de limiet die de kredietverzekeraar gaf. Stel dat een limiet van 100 naar 50 gaat, dan wordt deze met de faciliteit weer tot maximaal 100 omhoog getrokken. Een limiet die bijvoorbeeld van 100 naar 25 omlaag gaat, kan niet meer terug naar het oude niveau, maar komt met de faciliteit maximaal op 50 uit. De faciliteit is niet beschikbaar voor limieten die op nul zijn gezet door de kredietverzekeraar.

10. Waarom staat de TASK niet open voor nullimieten?
De faciliteit is bedoeld voor op zich gezonde debiteuren en risico’s. Een nullimiet betekent dat een kredietverzekeraar het risico niet verantwoord vindt om te verzekeren. Ook de Nederlandse Staat vindt het in dat geval niet verantwoord om risico’s aan te gaan.

11, Door wie wordt de TASK uitgevoerd?
De faciliteit wordt uitgevoerd door de Nederlandse kredietverzekeraars en is uitsluitend bedoeld voor hun kredietverzekerde klanten of nieuwe klanten die een omzetpolis afsluiten bij een kredietverzekeraar. De faciliteit is niet verkrijgbaar zonder onderliggende kredietverzekeringspolis bij een Nederlandse kredietverzekeraar. De Nederlandse Staat draagt als herverzekeraar van de limieten onder de TASK het risico van de faciliteit.

12. Hoe lang gaat de TASK lopen?
Vooralsnog gaan we ervan uit dat de faciliteit op 1 juli 2009 wordt opengesteld en loopt tot en met 31 december van dit jaar. Op basis van een tussentijdse evaluatie wordt bezien of de faciliteit daarna wordt voortgezet.

13. Is de TASK vooral bedoeld voor exporteurs of ook voor binnenlandse handel?
De faciliteit staat open voor Nederlandse verzekerden en Nederlandse medeverzekerden en betreft zowel de binnenlandse handel als de export naar de landen waarop de betreffende kredietverzekeraar dekking verstrekt.

14. Wat moet een verzekerde doen die in aanmerking wil komen voor de TASK?
De verzekerde die een beroep wil doen op de faciliteit kan zich wenden tot zijn (nieuwe) kredietverzekeraar.

15. Hoe verloopt het proces van het verlagen van de limiet tot het ingaan van dekking onder de TASK? Wat merkt de verzekerde hiervan?
De verzekerde zal in beginsel gewoon gebruikmaken van de limiet van de kredietverzekeraar. Zodra de faciliteit beschikbaar is en een door de kredietverzekeraar verlaagde limiet niet toereikend is, kan deze limiet onder de faciliteit worden aangevuld. De verzekerde zal aan de kredietverzekeraar moeten aangeven gebruik te willen maken van de faciliteit. Of en tot welke hoogte de gevraagde aanvulling op dekking onder de faciliteit daadwerkelijk kan worden verleend op de betreffende debiteur wordt beoordeeld door de kredietverzekeraar.

16. Wie draagt het risico bij de TASK en wie betaalt de premie?
De Nederlandse Staat draagt het risico van de faciliteit. De verzekerde betaalt de premie voor de faciliteit aan zijn kredietverzekeraar. De kredietverzekeraar betaalt deze premie (onder inhouding van een kostenvergoeding) door aan de Nederlandse Staat.

17. Kan een onderneming ook gebruikmaken van de TASK als zij geen krediet-verzekering heeft?
Nee, een onderneming kan slechts gebruikmaken van de faciliteit als aanvulling op een kredietverzekering.


Hoewel bij het opstellen van dit document zorgvuldigheid is betracht, aanvaarden de Nederlandse kredietverzekeraars en het Verbond van Verzekeraars geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden of onvolledigheden daarin. Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend.

 

 


 


Veelgestelde vragen Kredietcrisis (laatst bijgewerkt februari 2010)

1. Wat is de impact van de kredietcrisis op de verzekeringssector?
De kredietcrisis heeft een grote invloed gehad op de verzekeringssector. Zowel de vermogenspositie, de omzet als het resultaat zijn aangetast onder invloed van dalende beurs- en obligatiekoersen, de terugval van de reële economie en dalende renteniveaus. Ook kregen de koersen van beursgenoteerde verzekeraars zelf een forse tik. Maar omdat de uitgangspositie begin 2008 zeer solide was, zijn de zekerheden die aan klanten worden geboden nooit in gevaar geweest.

2. Sommige verzekeraars hebben staatssteun ontvangen, waarom was dat nodig?
Tijdens het aanzwellen van de financiële crisis in 2008 werden door kredietbeoordelaars gaandeweg zwaardere eisen gesteld aan de financiële structuur van banken en verzekeraars, de zogeheten ‘ratings’. Kapitaalinjecties van de overheid in 2008 stelden SNS Reaal, ING en AEGON in staat om in te spelen op deze veranderende marktomstandigheden en hun positie op de financiële markten te behouden.

3. Kunnen verzekeringsmaatschappijen nog wel tegenslagen incasseren?
Het weerstandvermogen verschilt per maatschappij . Maar het Centrum van Verzekeringsstatistiek (CVS) heeft berekend dat de solvabiliteit van de sector als geheel op 1 januari 2009 nog 200 procent bedroeg. Dat is tweemaal zoveel als de toezichthouder, De Nederlandsche Bank (DNB), eist. Medio 2009 bleek dat de solvabiliteit van de sector als geheel met tientallen procenten was gestegen.

4. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in 2009 de financiële stevigheid van de 15 grootste bank- en verzekeringsgroepen getest. Hoe kwamen die uit de test?
De klappen in de test zouden samen goed zijn voor een verlies van 47 miljard euro, grofweg twee keer zoveel als de sector tot eind 2008 door de financiële crisis voor de kiezen had gekregen. Het blijkt dat banken en verzekeraars ruim boven de minimaal door DNB voorgeschreven kapitaalnormen blijven als ze nu een combinatie van een paar zware financiële klappen te verwerken zouden krijgen. Dat is dus goed nieuws. In de testen waren ook middelgrote en kleine verzekeraars meegenomen.

5.  Wat zegt dat, solvabiliteit?
Solvabiliteit drukt de mate uit waarin een verzekeraar in staat is zijn toekomstige verplichtingen na te komen. Volgens de wet is elke verzekeraar verplicht ten minste een bepaalde solvabiliteit aan te houden als veiligheidsmarge. Zo probeert DNB als toezichthouder extra zekerheid te bieden voor de polishouders. Deze wettelijk voorgeschreven veiligheidsmarge wordt ook wel vereiste solvabiliteit genoemd.

Als de feitelijk aanwezige solvabiliteit bij een verzekeraar precies gelijk is aan de minimaal vereiste solvabiliteit, dan is de solvabiliteitsratio 100%. Houdt een verzekeraar meer dan de vereiste veiligheidsmarge aan, dan is de solvabiliteitsratio hoger dan 100%. Gemiddeld is de solvabiliteitsratio van de verzekeringssector ca. 200%.
De solvabiliteit is, hoewel door de kredietcrisis fors aangetast, nog wel ruim voldoende. Dat verzekeraars nog over ruim voldoende buffers beschikken komt omdat de uitgangspositie zeer solide was toen de crisis toesloeg.

6. Pensioenfondsen hanteren een dekkingsgraad. Is dat net zoiets?
De zekerheden die pensioenfondsen aan deelnemers bieden wordt uitgedrukt in de term dekkingsgraad. De Nederlandsche Bank (DNB)  verlangt doorgaans een dekkingsgraad van minimaal 105%. Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 105%, dan is er sprake van onderdekking. Onderdekking geeft aan dat de middelen van de pensioenfonds niet langer toereikend zijn om de pensioenverplichtingen te dekken. Een pensioenfonds dient in deze situatie dan een herstelplan op te stellen.

De eisen die DNB aan een levensverzekeraar stelt (vereiste solvabiliteit) is strenger dan de eisen die DNB aan een pensioenfonds (minimale dekkingsgraad) stelt. Levensverzekeraars gaan namelijk langlopende verplichtingen aan die contractueel vastliggen. Pensioenfondsen kunnen tussentijds premies aanpassen, afzien van indexatie en desnoods uitkeringen verlagen als omstandigheden dat vereisen. Levensverzekeraars hebben die mogelijkheid niet. Daarom voeren verzekeraars ook een conservatiever beleggingsbeleid met minder blootstelling aan risico’s.

7. Hoe gevoelig is de verzekeringswereld voor de gang van zaken in de economie?
De mate van conjunctuurgevoeligheid verschilt per verzekeringssoort. De omzet van schadeverzekeraars is vrij beperkt geraakt door de inzakkende economie: mensen beschouwen auto- en inboedelverzekeringen niet als luxeproducten. Hetzelfde geldt voor ziektekostenverzekeringen, die trouwens verplicht zijn. Reisverzekeraars, transportverzekeraars en levensverzekeraars hebben relatief meer last van een inzakkende economie. In 2008 boekten de schade- en zorgverzekeraars nog bescheiden winst (respectievelijk 5 en 2 procent van de omzet) terwijl levensverzekeraars 20 procent verlies leden, uitgedrukt in percentage van de omzet. Dat is een historisch dieptepunt. Over het eerste halfjaar van 2009 bleek het resultaat van levensverzekeraars licht positief te zijn.

8. Waarom heeft de kredietcrisis wereldwijd vooral banken en veel minder verzekeringsmaatschappijen getroffen?
Als veel klanten tegelijk naar hun bank gaan om hun spaargeld op te nemen, ontstaat er een probleem: dat geld heeft de bank namelijk grotendeels uitgeleend en het is dus niet direct beschikbaar. Bij beleggings- en lijfrenteverzekeringen gaan verzekeraars met hun cliënten langjarige contracten aan. Dit betekent dat de maatschappij over een langere termijn vastliggende premie-inkomsten heeft. Hetzelfde geldt voor schadeverzekeringen: klanten kunnen uiteraard hun verzekeringen tegen bijvoorbeeld brand en autoschade elders onderbrengen, maar dan hoeft de maatschappij die deze klanten verliest, ook niet meer het risico te dragen.

9. Wat heeft de overheid gedaan om de financiële sector in Nederland in veilig vaarwater te loodsen?
Minister Bos van Financiën heeft eerst 20 miljard, en later nog eens 200 miljard euro beschikbaar gesteld om de financiële crisis het hoofd te kunnen bieden. Het eerste bedrag van 20 miljard euro was bedoeld voor zowel banken als verzekeraars om een eventueel verzwakte balans te kunnen versterken. Dat geld moet na verloop van tijd weer terug en er moet ook 8,5 procent rente voor worden betaald. De 200 miljard euro is bedoeld als een garantstelling tussen banken onderling en tussen banken en (andere) vermogensbeheerders, zoals ook verzekeraars zijn. Heeft een bank geld geleend bij een andere bank of bij een verzekeraar en kan hij dat niet terugbetalen, dan kan de uitlenende bank een aanspraak maken op de garantstelling. Op die manier is aan uitlenen geen risico meer verbonden, en moet het geldverkeer weer op gang komen.

10.  Waarom vallen ook verzekeraars onder dit steunfonds? Verkeren verzekeraars dan in moeilijkheden?
De overheid heeft besloten om voor de gehele financiële sector extra waarborgen te scheppen. Bank- en verzekeringssector worden zo gelijk behandeld. Het Verbond van Verzekeraars vindt dat verstandig beleid, gezien de onrust die de financiële markten vooral eind 2008 en de eerste maanden van 2009 beheerste. Minister Bos van Financiën noemde dat "een extra warme trui voor de winter".

11. De Nederlandsche Bank stelt zich garant voor spaargelden bij een bank tot maximaal 100.000 euro. Geldt zo’n garantieregeling ook voor verzekeringsproducten en beleggingsverzekeringen?
In plaats van een garantie, heeft De Nederlandsche Bank de waarborgen gezocht in scherp toezicht op de sector en vérgaande solvabiliteitseisen. Uitgangspunt daarbij is dat tegenover alle verzekerde risico’s zekerheden moeten staan.
Na het faillissement van de relatief kleine verzekeraar Vie d’Or in 1995 zijn het toezicht, de eisen aan het vermogen en aan de solvabiliteit voor verzekeraars aanmerkelijk verscherpt. Sindsdien hebben zich dan ook geen incidenten meer voorgedaan. Mocht een verzekeraar toch in de problemen komen, dan kan een beroep worden gedaan op de opvangregeling Leven, bijvoorbeeld om een tijdelijk bestuur aan te stellen of om de verzekeringsportefeuille bij een andere verzekeraar onder te brengen.

12. Vallen spaarhypotheken onder de garantieregeling?
Een spaarhypotheek is een product waarbij een hypothecaire lening op het einde van de looptijd geheel of gedeeltelijk wordt afgelost. Het spaargedeelte is vaak ondergebracht bij een verzekeraar in de vorm van een kapitaalverzekering. Kapitaalverzekeringen vallen níet onder de depositogarantieregeling.
De depositogarantieregeling is specifiek voor banken in het leven geroepen. Banken kunnen omvallen als iedereen ineens al zijn geld ervan af haalt. Bij verzekeraars bestaat dat risico niet.

13. Wie via de werkgever een pensioen bij een verzekeraar heeft lopen, merkt die iets van de kredietcrisis?
Voor een verzekerde pensioenregeling met een aanspraak op een periodieke uitkering, of een aanspraak op een verzekerd kapitaal om pensioen mee aan te kopen, geldt hetzelfde als voor levensverzekeringen. Verzekeraars hebben voldoende zekerheden tegenover de verplichtingen staan. Daar gelden strenge regels voor en de toezichthouder (De Nederlandsche Bank) ziet toe op naleving ervan. De kredietcrisis heeft die zekerheden van verzekeraars nauwelijks aangetast.

Bij een beschikbare premieregeling waarbij de beschikbare premie wordt belegd, loop je vaak zelf het risico als je pensioenbeleggingen minder rendement opleveren. Je weet dan dus niet van te voren hoeveel pensioen je kunt kopen wanneer je met pensioen gaat. Dat kan lager of hoger zijn. Ook bij een beschikbare premieregeling waarbij wordt belegd, kan de mogelijkheid bestaan van een (minimum)garantie.

14. Hoe zeker kan ik ervan zijn dat mijn verzekerd kapitaal aan het einde van de looptijd ook wordt uitgekeerd?
We hebben het hier over een levensverzekering met een gegarandeerd eindkapitaal op een afgesproken einddatum. In die situatie is het na de oorlog in Nederland één keer voorgekomen dat een kleine (levens)verzekeraar niet volledig aan zijn verplichtingen kon voldoen. Na dit incident werden de eisen aan (levens)verzekeraars aangescherpt.

15. Als ik mijn polis wil beëindigen, kan dat dan?
Ja. Je kunt elke verzekering altijd opzeggen. Maar ga vooraf goed na waarom je dat zou willen doen. Het opzeggen van een schadeverzekering kost geen geld. Een levenpolis beëindigen/stoppen voordat de looptijd is verstreken, kan extra kosten met zich meebrengen. Het is bovendien verstandig na te gaan of je wordt geaccepteerd door een andere verzekeraar voordat je een lopende polis opzegt. Daarnaast kunt u, als u bijvoorbeeld een schadepolis opzegt, geconfronteerd worden met een risico waartegen u dan niet verzekerd bent. Dit kan leiden tot grote schade die u in de financiële problemen kan brengen. Voortijdig opzeggen/afkopen van hypotheekgerelateerde verzekeringen of lijfrente kan overigens forse fiscale consequenties hebben.

16. Als ik zou willen overstappen naar een andere verzekeraar, kan dat dan, en kan dat onder dezelfde voorwaarden?
Elke verzekerde kan natuurlijk van verzekeraar wisselen. Daarbij moet meestal wel rekening worden gehouden met de contracttermijnen. Tussentijds opzeggen (of een levensverzekering afkopen of premievrij maken) kan extra kosten met zich meebrengen. Er is niets te zeggen over de vraag of een andere verzekeraar je tegen dezelfde voorwaarden wil accepteren. 

17. Hoe is het toezicht op de verzekeringssector geregeld?
Er zijn twee soorten toezicht: De Nederlandsche Bank (DNB) houdt verzekeraars financieel in de gaten en kijkt of ze voldoende solvabel zijn om hun verplichtingen na te komen, ook moeten zij een wettelijk voorgeschreven bedrag aan liquiditeit aanhouden. Ook ziet DNB erop toe of de bestuurders deskundig en betrouwbaar zijn, en of ze alle vergunningen hebben die nodig zijn e.d. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) kijkt of verzekeraars zich in hun gedragingen aan de wet houden.

Voor meer informatie, zie ook: www.afm.nl, www.dnb.nl en www.minfin.nl.

Nieuwsbericht - 08 oktober 2009


<< Terug

 

Copyright 2007 Verbond van Verzekeraars